Geland!
Uiteindelijk, na veertien uur in de lucht, stond ik weer op de grond.
Dit is de eerste keer dat ik zo’n lange vlucht heb genomen.
Toen ik de geur van koffie en brood rook, dacht ik: ja, dit is Nederland!
Dit was in september. Het was al veel kouder dan in mijn thuisstad, die in het midden-oosten van China ligt. Dankzij de hulp van een studentengemeenschap in Arnhem kwam ik aan in mijn eerste studentenkamer. Hoewel ik toen al eenendertig was, had ik nog nooit zonder mijn ouders gewoond. In China is het heel normaal dat kinderen lang bij hun ouders blijven wonen, zelfs als ze al een baan hebben en genoeg verdienen. Er is eigenlijk maar één reden voor kinderen om op zichzelf te gaan wonen: trouwen.
Ik ben een verhaal op mezelf. Ik was al op mijn vierentwintigste getrouwd en werkte bij een IT-bedrijf met een goed salaris. Toch woonde ik nog steeds veel bij mijn ouders. De band binnen onze familie is zowel sterk als stevig. En toen kwam ik in Nederland. Ik had mijn vijfjarige zoon moeten achterlaten.
Het studentenleven was druk. Er was geen ruimte om iemand te missen. Soms had ik het gevoel dat ik al in een ander leven was beland; de herinneringen aan China lagen zo ver weg dat ze bijna niet meer tot mij behoorden. Mijn gedachten gingen over de nieuwe wereld om me heen: het eten, de mensen, de taal, zelfs de toekomst die zich langzaam voor me opende.
Maar nu… wat doe ik nu? Wie wacht er eigenlijk op mij? Hoe ziet het leven eruit aan de andere kant van de aarde? Het waren vragen waar ik niet over durfde na te denken. Er is een speciale doos — een plek waar ik al die vragen had opgeborgen, om aan ze te ontkomen. Want zulke vragen raken altijd rechtstreeks het zachtste plekje van het hart.
Leave a Reply